Voorwoord

Kaft202303

Enkele weken geleden kwamen taalperikelen in de medische sector nog maar eens in het nieuws. Dit keer vanuit een ietwat andere invalshoek dan we gewoon zijn. Voor het eerst zijn er in dit ontiegelijke land volgens recente cijfers van de OESO meer dan 10.000 buitenlandse artsen actief.

Op 23 augustus 2023 lazen we op MEDI-SFEER: “Begin deze eeuw waren 4 op de 100 dokters in het buitenland opgeleid, vandaag zijn dat er al 14 op de 100. De meesten onder hen komen uit Frankrijk (1.620) en Nederland (1.590), maar ook Roemenië komt met 1.558 artsen dicht in de buurt. Ook andere Oost- en Zuid-Europese en Afrikaanse landen hebben steeds meer artsen in België, van wie velen de taal niet machtig zijn.”

Diverse artsenverenigingen, maar ook de tandartsen en universiteiten reageerden elk vanuit hun ooghoek op deze cijfers. Het kwam uitgebreid aan bod in de medische en algemene pers.

Enerzijds wordt gebrek aan taalvaardigheid en taalkennis aangeklaagd, men stelt ook duidelijk vragen over de competentie van de buitenlandse artsen en de kwaliteit van de opleiding in sommige landen… !

Taalvaardigheid is nodig voor een goede vertrouwensrelatie tussen patiënt en arts.

Buitenlandse studenten die hier een opleiding geneeskunde willen volgen moeten een taaltest afleggen. Het is dan ook niet meer dan normaal dat hetzelfde gevraagd wordt van artsen die hier willen praktiseren. Het VAV steunt deze eis van de bonden en medische verenigingen.

Van minister Vandenbroucke noteren we naar aanleiding van dit nieuws de volgende uitspraak: “Het is een recht van de patiënt om in de eigen taal zorg toegediend te krijgen. Ik wil dat artsen de taal van de patiënt spreken en ik zal daartoe een sluitend voorstel indienen”. We zullen niet nalaten hem hierop aan te spreken indien nodig.

Prof Devroey (VUB) kaartte in dit verband nog andere problemen aan. Niet alle jongeren die aan een opleiding geneeskunde willen beginnen, kunnen dat. Aan de voorzijde zetten we de poort open voor buitenlandse artsen, maar voor Vlamingen doen we de achterdeur toe. En hij wijst er ook op dat de taalbarrière tussen patiënt en arts een groot probleem vormt, vooral in Brussel en de Vlaamse rand.

Het verwondert mij dat in de commentaren maar weinigen de parallel trokken naar de taaltoestanden in de medische sector in Brussel en de rand. Door de focus te leggen op buitenlandse artsen zou men vergeten dat al sinds jaar en dag de dienstverlening aan Nederlandstalige patiënten in de Brusselse ziekenhuizen en spoeddiensten en ook in de Vlaamse rand op zijn minst gebrekkig te noemen is, en vaak eigenlijk onbestaand.

Het VAV vierde vorig jaar zijn honderdjarig bestaan. Het toenmalige VGV (Vlaams Geneesherenverbond) vierde zijn halve eeuwfeest in 1972 met een academische zitting in Brussel met als onderwerp: “Taaltoestanden in de geneeskundige sector te Brussel”.

Let op de spelling van toen. Er verscheen nadien een lijvig verslagboek dat ik in het licht van de hierboven aangehaalde taalproblematiek nog eens doornam. Ik moet tot mijn grote spijt vaststellen dat in die halve eeuw niets ten goede veranderd is, wel integendeel!

Het blijft dus nog altijd nodig dat het VAV aan de kar duwt.

Jan Van Meirhaeghe
Voorzitter VAV