Startpagina
Uitnodiging bezoek Middelheimmuseum en jaarlijkse statutaire algemene ledenvergadering
- Details
- Categorie: Cultuur
Beste VAV-lid,
het Vlaams Artsenverbond nodigt u, familieleden en kennissen uit tot een gegidst bezoek aan het Middelheimmuseum, gevolgd door een lunch, en de jaarlijkse statutaire algemene ledenvergadering op 14 februari 2026.
De volledige uitnodiging vindt u hier terug.
Periodiek jaargang 80 Nr 4
- Details
- Categorie: Uncategorised
Voorwoord Periodiek 4 jaargang 2025
Het is voor mij een wat droef moment want we nemen afscheid van onze hoofdredacteur van ons tijdschrift Periodiek, Frank Goes.
Frank verzorgde de redactie van Periodiek van 2015 tot nu, dus tien jaar. Hij volgde Prof. Em. Dr Eric Ponette op, die ook tien jaar die functie waarnam. Ontstaat hier een systeem?
Ik kan hier aankondigen dat oud-voorzitter Lieve Vanermen en bestuurslid Karel Vermeyen in een duobaan na Frank de redactie zullen behartigen.
Het minste dat we kunnen zeggen is dat Frank wel degelijk zijn stempel op Periodiek gedrukt heeft. We stapten af van Vesalius en zagen bij elk nummer een nieuwe aantrekkelijke voorpagina.
Ook vernieuwing in de rubrieken. Politieke Actualiteit van Prof. Ponette is vrijwel de enige rubriek die stand hield tot op vandaag. Ikzelf vond het opmerkelijk dat film erbij kwam.
En zeker de opmaak werd helemaal anders, en veel aantrekkelijker.
Frank zorgde ervoor dat het bindmiddel tussen onze leden opnieuw het bindmiddel werd en bleef. Dat konden we die tien jaar afleiden uit de positieve reacties die we van de leden kregen.
Het was ook de ambitie van Frank om via het vernieuwde tijdschrift opnieuw meer leden te werven, maar daar zat de tijdsgeest niet mee.
Voor dat alles, Frank, doe ik mijn hoed af, buig en zeg dank.
Jan Van Meirhaeghe
Voorzitter VAV
Oostkerke, 31 december 2025
Symposium van VAV en AK-VSZ: 'Is dit land langdurig ziek?'
- Details
- Categorie: Uncategorised
De presentaties van dit symposium zijn terug te vinden onder de rubriek 'Symposia'.
Hieronder vindt u alvast een uitgebreide inleiding en een korte samenvatting van de dag in de vorm van een persbericht.
' Is dit land langdurig ziek?'
TER INLEIDING
De toename van het aantal langdurig zieken en invaliden in ons land is zorgwekkend. Tussen 2010 en 2025 is het aantal bijna verdubbeld tot meer dan 520.000 personen. Volgens een berekening van het Planbureau kan dat aantal nog stijgen tot 600.000 in 2035. Door deze sterke toename zijn de jaarlijkse uitgaven voor langdurige ziekte en invaliditeit gestegen tot meer dan 11 miljard euro. Het is dan ook logisch dat in het huidige regeerakkoord de begeleiding en re-integratie in de arbeidsmarkt van langdurig zieken als een van de belangrijke werven voor de regering opgenomen werd.
In 2007 was in België ongeveer 6% van de actieve bevolking (19-64 jaar) langdurig ziek of in invaliditeit terechtgekomen. Toen was België nog eerder gemiddeld gepositioneerd in een internationale OESO vergelijking. Nu is het aantal gegroeid tot meer dan 7,5% en behoort België bij de top van Europa.
De RIZIV statistieken tonen dat de ziektegroepen “bewegingsstelsel” en “psychische stoornissen” samen meer dan 66% van de diagnosen in de langdurige werkloosheid en invaliditeit vertegenwoordigen. Met psychische stoornissen worden burn-out, angststoornissen en depressie bedoeld. Bovendien is het opvallend dat de stijging van de laatste 7 jaar zich beperkt tot deze twee ziektegroepen.
Binnen België zijn er regionale verschillen. In Wallonië is 8,88 % van de bevolking tussen 19 en 64 jaar langdurig ziek of in invaliditeit, in Brussel is dat 5,51 % en in Vlaanderen 6,97%. In Brussel zijn echter een veelvoud personen leefloongerechtigd of werkloos in vergelijking met de andere regio’s. De drempel om de statuten toe te kennen verschillen blijkbaar of de opvolging gebeurt niet op dezelfde manier. Door een wetswijziging (21/12/2013, in werking op 31/12/2015) werd de beoordeling van arbeidsongeschiktheid door de Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle van het RIZIV overgebracht naar de Dienst Uitkeringen van het RIZIV. Per provincie werd een Geneeskundige Raad voor Invaliditeit geïnstalleerd waarbij een belangrijke inbreng aan de ziekenfondsen werd toegewezen. De vastgestelde regionale verschillen zijn mogelijks ook het gevolg van deze decentralisatie.
Een OESO studie van 2022 beschrijft de principes waarop politiek rond langdurige ziekte en invaliditeit best opgebouwd worden. Preventie is belangrijk door het stimuleren van aangepast werk voor mensen met gezondheidsproblemen. Een tweede pijler is te zorgen dat invaliditeit geen “eindstadium” is, maar stimuleer terugkeer naar werk door middel van strikte opvolging en incentives. Het OESO waarschuwt tenslotte voor het effect van overloop tussen de verschillende sociale beschermingsmaatregelen: werkloosheids-, ziekte- en invaliditeitsuitkering en leefloon.
Een meer globale analyse van het Rekenhof (studie van 10/07/2024) onderzocht of de afspraken van het regeerakkoord 2020, rond re-integratietrajecten van langdurig zieken een positieve invloed hadden op de terugkeer naar werk. Het stelde vast dat, ondanks het stijgende aantal reïntegratie-trajecten, het aantal geslaagde trajecten ten opzichte van het aantal arbeidsongeschikten eerder beperkt bleef. Jaarlijks bereikten de effectief gestarte RIZIV-trajecten (voor personen zonder arbeidsovereenkomst) slechts maximaal 0,6 % van de doelgroep, de WASO-trajecten (voor personen met een arbeidsovereenkomst) maximaal 1,7 %. Ruim onvoldoende dus.
In het huidige regeerakkoord wordt op de verantwoordelijkheid van alle actoren gewezen met name een sterkere responsabilisering wordt benadrukt van zowel werkgevers, werkenden, artsen (behandelend artsen, arbeidsartsen en adviserend artsen), als de ziekenfondsen en de regionale diensten voor arbeidsbemiddeling.
De krachtlijnen zijn: voorkomen dat mensen ziek worden, voorkomen dat mensen die gezondheidsproblemen krijgen (langdurig) uitvallen op het werk en faciliteren dat mensen die uitvallen snel terug (ten minste deeltijds) aan het werk gaan. Het is duidelijk dat maximale (re)integratie in de arbeidsmarkt de enige oplossing is om een overloopfenomeen (invaliditeit-leefloon) te vermijden en de kostenexplosie in de Sociale Zekerheid te beheersen.
Tijdens dit symposium wordt de problematiek van langdurig zieken en invaliditeit vanuit verschillende hoeken benaderd. Zowel de academische visie als vanuit arbeidsgeneeskunde, vanuit de ziekenfondssector en vanuit de arbeidsmarkt komen aan bod. Hopelijk worden antwoorden gesuggereerd die toelaten de zorgwekkende evolutie in België te beheersen.
Dr. Jan Van Meirhaeghe
Voorzitter Vlaams Artsenverbond
Dr. Karel Vermeyen
Voorzitter Aktiekomitee Vlaamse SZ
Hier vindt u ons persbericht terug.
Veel leesplezier
Hoe ziek is de Sociale Zekerheid?
- Details
- Categorie: Uit de pers geplukt

De inkomsten van de Sociale Zekerheid zijn onvoldoende om het budget in evenwicht te houden. Het tewerkstellingspercentage is in Wallonië en Brussel een stuk lager dan in Vlaanderen, waardoor de Vlaamse bijdrage aan de sociale zekerheid per inwoner een stuk hoger is dan in Franstalig België. De middelen voor gezondheidszorg en voor ziekte en invaliditeit worden in Vlaanderen efficiënter gebruikt. Het globale resultaat van de gezondheidszorg is bovendien beter in Vlaanderen.
De Belgische staatsschuld bedraagt op dit ogenblik meer dan 530 miljard euro (105,2% van het bruto binnenlands product) met een begrotingstekort van 4,4% van het bbp terwijl de EU-norm respectievelijk 60% van het bbp en 3% bbp is.
Voor een belangrijk deel zijn de tekorten in de Sociale Zekerheid (SZ) de oorzaak van het begrotingstekort. Aangezien de inkomsten van de SZ slechts voor 72% uit de geïnde bijdragen komen zijn toevoegingen vanuit de federale begroting nodig. Het overheidsaandeel in de SZ (rijkstoelagen en alternatieve financiering) is sinds de jaren 90 alleen maar toegenomen en legt op dit ogenblik een druk van meer dan 30 miljard euro op de federale begroting.
De globale tewerkstellingsgraad bedraagt op dit ogenblik slechts 72,2%, waar het streefdoel van de regering tot nu 80% was. Voor Vlaanderen is dat 76,2%, voor Wallonië 68,1% en voor Brussel Hoofdstedelijk Gewest 63,7%. De globale bijdrage van Vlaanderen aan de SZ is dan ook beduidend groter dan die van de andere regio's.
De som van de werknemersbijdragen en de patronale bijdragen was in 2022: Vlaanderen 9.223 euro per inwoner; Wallonië 7.812 euro per inwoner, en Brussel Hoofdstedelijk Gewest 7.428 euro per inwoner (Nationale Bank van België: ESR classificatie D61, regionale rekeningen). Deze getallen zijn exclusief de bijdragen in de stelsels van de zelfstandigen en van de ambtenaren.
Als gevolg van de betere tewerkstellingsgraad ontvangt de SZ dus 1.411 euro méér per inwoner vanuit Vlaanderen dan vanuit Wallonië. Voor Brussel loopt dit verschil op tot 1.795 euro per inwoner. Dit betekent een globale potentiële meerinkomst voor de SZ van 5,2 miljard voor Wallonië en 2,2 miljard voor Brussel indien de tewerkstellingsgraad er zou toenemen naar het Vlaamse niveau.
Dikwijls wordt als verklaring de verschillende socio-economische situatie tussen Noord en Zuid gegeven. Een gedifferentiëerd arbeidsmarktbeleid zou dan ook een oplossing kunnen bieden. Men mag hopen dat dergelijk inzicht bij de regeringsonderhandelingen tot maatregelen leidt.
De tewerkstellingsgraad is dus te laag en dat is niet omdat er te weinig arbeidsaanbod zou zijn, integendeel. Op dit ogenblik zijn er meer dan 160.000 openstaande vacatures in België. Het probleem ligt bij het groot aantal langdurig zieken en invaliden, op dit ogenblik meer dan 500.000 personen. De totale kostprijs daarvan voor het RIZIV-budget bedraagt 7,5 miljard euro (cijfers voor 2021).
De oversterfte kan voor Franstalig België geschat worden op 6.150 personen per jaar
Psychische problemen (burn-out en depressie) en ziekten van het bewegingsstelsel (rugklachten) maken het overgrote deel uit. Sinds 2017 steeg het aantal personen in langdurige arbeidsongeschiktheid met ongeveer 25%. Werklozen, langdurig zieken en invaliden moeten dus geactiveerd worden om (terug) aan het werk te gaan. Ook hier worden Noord-Zuid verschillen vastgesteld. Een gedifferentieerd activeringsbeleid is nodig, gebaseerd op incentives maar ook op responsabilisering.
Worden de middelen voor de gezondheidszorg efficiënt besteed? Geneeskundige Verzorging en de Ziekte- en Invaliditeitsuitkeringen vertegenwoordigen samen 41% van de uitgaven van de SZ.
De Belgische gezondheidszorg kan als degelijk beschouwd worden, maar ten koste van een flinke prijs waarbij het globale resultaat van Wallonië aandacht vraagt. De som van het aantal overlijdens vermijdbaar door primaire preventie en het aantal overlijdens vermijdbaar door optimale zorg-organisatie en secundaire preventie is voor Vlaanderen gunstiger dan voor Wallonië en Brussel Hoofdstedelijk Gewest.
De oversterfte kan voor Franstalig België geschat worden op 6.150 personen per jaar. Gedifferentieerde maatregelen zijn nodig met nadruk op preventie en meer aandacht voor chronische zorg. Communautarisering zou elke gemeenschap toelaten een eigen traject naar preventie en zorg volgens eigen behoeften, naar meer efficiëntie en naar kwaliteitsverbetering uit te bouwen.
De uitgaven voor de gezondheidszorg bedragen op dit ogenblik ongeveer 10,8% van het bbp met de bemerking dat 22% van deze uitgaven niet gedragen wordt door de sociale verzekering - dit aandeel betalen de burgers "uit eigen zak".
Het gezondheidszorgbudget zal steeds meer onder druk komen door de evolutie van de medische technologie, nieuwe farmaceutische producten en de vergrijzing met een toename van de eigen persoonlijke betalingen. De Commissie voor de Vergrijzing verwacht een kostenstijging tot 14,1% van het bbp tegen 2050. Globale, centraal uitgewerkte maatregelen zullen niet volstaan om in te spelen op de specifieke maatregelen die de tewerkstelling, de efficiëntie en de kwaliteitsverbetering in de verschillende regio's moeten verbeteren.
De splitsing van de arbeidsmarktbevoegdheid en het tewerkstellingsbeleid, de verdere communautarisering van de gezondheidszorg, inbegerepen de ziekte- en invaliditeitsverzekering, zouden een op maat uitgewerkt beleid mogelijk maken.
Enkel op die manier kan voor de toekomst de nood aan bijpassingen vanuit de federale begroting aan het budget van de sociale zekerheid beperkt worden.
Dr. Karel Vermeyen is voorzitter van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ) en bestuurslid van het Vlaams Artsenverbond (VAV).
Oorspronkelijk artikel Artsenkrant
Pagina 1 van 3
