Voorwoord
De bosbranden in de Hoge Venen zijn niet meteen de kernactiviteit van het Vlaams Artsenverbond, en ook niet die van advocaat grondwettelijk recht Quinten Jacobs. Maar hij greep die wel aan om in zijn column in De Tijd van 2 september (“Zeven klimaatministers, maar dat was deze zomer het probleem niet”) nog maar eens het gebetonneerde beleid aan te klagen.
Het klimaat is een gigantische uitdaging, maar ons hopeloos complexe federale stelsel leidt ertoe dat iedereen bevoegd en niemand verantwoordelijk is, zegt hij. En verder: het klopt dat onze ingewikkelde staatsstructuur niet helpt bij het oplossen van de grote problemen van deze tijd. Maar vooral: de federale overheid heeft daarvoor niet langer de operationele en budgettaire capaciteiten!
DéFI, het voormalige FDF (Front démocratique des francophones), lanceerde in augustus 2026 een opvallend voorstel: een Nationaal Preventiepact dat de financiering van preventieve gezondheidszorg opnieuw op federaal niveau zou organiseren.
Dat het slecht gesteld is met de preventieve gezondheidszorg in het Franstalig landsgedeelte is al langer bekend. De vermijdbare sterfte door primaire preventie is er beduidend hoger dan in Vlaanderen. In 2020 stierven in Wallonië 313 mannen per 100.000 inwoners, tegenover 200 in Vlaanderen. Ook bij vrouwen is de kloof groot: 144 vs. 96 per 100.000.Ik ga niet in op de details van hun voorstellen, maar dit is herfederaliseren van de gezondheidszorg via een achterpoortje.
De analyse van Jacobs en het initiatief van DéFI deden bij mij een belletje rinkelen. In het federale regeerakkoord (2025-2029) van de regering De Wever valt het luik rond de institutionele modernisering en staatsstructuren direct onder de bevoegdheid van de premier. Ik citeer uit het regeerakkoord: “Het doel is een nieuwe staatsstructuur vanaf de volgende legislatuur met een meer homogene en efficiënte bevoegdheidsverdeling. In dit verband zal de eerste minister voorstellen, onder de vorm van wetteksten, voorbereiden op het vlak van de bevoegdheidsverdeling, de financieringsregels, de instellingen etc. Dit gebeurt met de steun van grondwetspecialisten en experten van beide taalgroepen en het wordt mee uitgewerkt door een aanvullende kabinetscel bij de eerste minister die hiervoor over een specifiek werkingsbudget beschikt”.
Hoe zou het met die institutionele cel zijn? We horen daar zo weinig van… .
Deze week werd in theater Het Klokhuis in Antwerpen het boek “Ondergang” van Bart Maddens voorgesteld. Het boek beschrijft de teloorgang van de traditionele IJzerbedevaarten zoals we die tot het einde van vorige eeuw kenden. Het is vooral een persoonlijk verhaal, maar toch ook een beetje analyse door de politicoloog.
Tijdens die voorstelling werden op de achtergrond doorlopend foto’s geprojecteerd van die massamanifestatie. Ze toonden hoeveel volk er toen wel kwam, maar ook wie er kwam. Op één van die beelden (bedevaart 1985) herkende ik het silhouet van de meest bekende voorzitter van het – toen nog – VGV, de illustere Robert de Beule.
Een mooie herinnering, waarbij ik weer realiseerde dat het Vlaams Artsenverbond met beide voeten stevig geworteld staat in de Vlaamse Beweging, en een aansporing om door te zetten en blijvend medestanders te zoeken tot onze doelstellingen bereikt zijn.
Jan Van Meirhaeghe
VAV-voorzitter
12 september 2026
